Grote thema’s

Thema

Grote thema’s verleiden tot kunst. Schilders, (e.a.) kunstenaars, zijn er door beïnvloed en worden er door geïnspireerd. Thema’s geven richting en structuur aan de expressieve uitdrukking. Velen worden hierdoor aangesproken en herkennen zichzelf of hun leven in de verbeelde thematiek. De kunstenaar Julian Schnabel (1951) sluit hierbij aan. Hij kijkt in een korte film terug op zijn oeuvre en vertelt waar hij mee bezig is. Veelal zijn dat reacties op wat bestaat: het is meer reageren dan ageren: “als apen in een laboratorium”. Pas bij het zien in een retrospectief wordt duidelijk wat je aan het doen bent, zegt hij. En dat geeft weer perspectief en focus. Schilderen heeft voor hem te vooral doen met vrijheid en met de grote thema’s van leven en dood. Dat geeft hem veel vreugde. In een video waarin hijzelf en zijn werk wordt getoond wordt dat duidelijk. Het is een zoekend aftasten van vormen op bestaande afbeeldingen die als compositiedoek worden gebruikt. Verf en kleur worden ingezet om iets te verbeelden wat uit het schilderij moet ontstaan. De relatie met het thema “leven en dood” wordt in mijn ogen echter niet meteen zichtbaar. Maar dat is begrijpelijk als je enkel naar een video kijkt van een paar minuten die slechts sfeerbeelden geeft. De echte confrontatie met zijn werk in het licht van deze thema’s blijft uit. Misschien moet je daarom er echt voor gaan staan en kijken wat dan gebeurt. Maar dat is vanuit Nederland een beetje lastig achter te computerscherm.

bingen
In mijn eigen werk als landschapschilder speelt vooral het thema van de horizon in het licht van de mogelijkheid van een transcendente werkelijkheid de belangrijkste rol. Is deze werkelijkheid waarin we leven ook sacraal? Raken hemel en aarde aan elkaar als een vorm van transcendentale bevestiging van het mysterieuze karakter van onze werkelijkheid? Een werkelijkheid die ook nooit volledig te duiden is. Er blijft een niet duidbare rest over, een deel dat niet en door niets begrepen kan worden. Precies dit proberen weer te geven, een onmogelijke opgave om dit figuratief te doen, als duiding, als aanwijzing, als semiotisch teken is mijn opdracht. Op het eerste gezicht lijkt het thema van de horizon en de sacraliteit niet zo lastig maar net als het begrip bewustzijn, het begrip werkelijkheid en het begrip God zijn deze thema’s onuitputtelijk en niet met de menselijke ratio in te kaderen. Ze overstijgen ons begripsvermogen en ons verstaan van de werkelijkheid omdat we gebonden zijn aan ons lichaam. Ons lichaam kleurt niet alleen onze waarneming en onze reflectiemogelijkheden maar het legt ons ook vast op ons lichamelijk (en materieel) bestaan. Hoewel we in de geschiedenis de ziel hebben bedacht – alsof daar dan wel sacraliteit zichtbaar kan worden – voert ons deze uitvinding niet verder want ook de ziel deelt in die onuitputtelijkheid en onverklaarbaarheid. Voor degenen die menen dat het hier allemaal hersenspinsels betreft kan ik slechts melden dat dan ook het begrip liefde, trouw, aandacht, toewijding en overgave geen bestaansrecht meer hebben want die zijn ook niet vast te leggen door onweerlegbare bewijzen.
Hoe keert het thema van de horizon en de sacraliteit nou terug in mijn werk en hoe vindt de confrontatie plaats? Door de compositie en door de streek van de penselen, door de letterlijke verbeelding van of het ontbreken van de horizon. De horizon is er altijd op de achtergrond ook al is het werk abstract. De horizon is er ook in de scheiding van de kleuren, de vloeiende lijnen en zelf erin gelegde vergezichten. De horizon is de “Dritte im Bunde”, soms zichtbaar, soms zelf erin gelegd, soms als semiotisch teken geduid in de kleurovergangen. Sacraliteit wordt niet bewezen maar getoond, dat wil zeggen, het patroon, de vorm, de kleuren geven een indruk maar zijn zo abstract en veelzijdig dat je ze niet op een omvattende manier kunt omschrijven. Ze onttrekken zich daaraan, zoals de sacraliteit in het landschap zich onttrekt aan het bewijs. Avond- en ochtendlicht maken dit in het landschap extra duidelijk, het lijkt alsof de wereld een beetje betovering ondergaat. Ik noem dat een semiotisch teken, een verwijzing naar de sacrale dimensie ervan. Het is ook een kwestie van ondergaan, van beleven, van beschouwen. Niet van redeneren en bewijzen, niet van aantonen en bereflecteren als uitkomt van een logische verklaring. Het bewijs is overbodig, de beleving is genoeg. De reconstructie is altijd maar een reconstructie, een bij benadering, niet in woorden te vatten ervaring. De confrontatie met het landschap, de beleving ervan, en de sacrale duiding, keren in mijn werk terug als optie, als mogelijkheid, als houding in het schilderen zelf. De onbevangenheid, het aftasten, het intuïtieve, het handelen zonder denken, schilderen zonder vooropgezet plan, het laten ontstaan, het zijn allemaal wijzen van de doorwerking van de confrontatie en de beleving ervan in het reële landschap. Het werk ontstaat, het wordt niet gemaakt, niet gemanipuleerd tot een verzameling effecten. Wat tot uitdrukking komt ligt er als het ware al in: het moet alleen ontsloten worden, zoals de leegte de mogelijkheid van schepping ontsluit. Hoe die er dan uit ziet is ook een kwestie van wat je toevalt, wat er zomaar gebeurt. Dat heet scheppend bezig zijn. Daarbij voel ik me thuis. Dat is mijn wereld.
Naar aanleiding van: Julian Schnabel: In The Course of Seven Days
A Rare Look Inside the Artist’s Home Studio as He Opens His First US Museum Show Since the 1980s op http://www.nowness.com (15 April 2014)

John Hacking
2014

thema

Horizon: hemel en aarde

horizon; hemel en aarde

Horizon

Over de horizon, scheiding tussen hemel en aarde,  is er te vinden in de woordenboeken:

1. Horizon: horizōn (kyklos), eigentlich, “Grenzlinie”, Horízein, “begrenzen”, eine Ableitung von Hóros “Grenze”. So benannt als die (vermeintliche) Grenzlinie zwischen Himmel und Erde. (Kluge, Etymologisches Wörterbuch)

2. hóros (ion), ouros (ep): grens, einde, doel, bijzondere bepaling van een begrip, definitie, verhouding, criterium, term van een syllogisme…
horízoo: begrenzen, door grenzen afscheiden, verdelen, in het algemeen bepalen, vaststellen, verklaren, verklaring van pand…
horízoon: de begrenzende, de horizon
horion: grens
horios: de grenzen betreffend, Zeùs horios: beschermder der grenzen.
(bron: A.H.G.P. van den Es, Grieksch Woordenboek, 1896)

3. horizō: this word (from hóros, “boudary”) means to “limit” and then figuratively “to fix,” “to appoint.” Time as well as space can be limited.
aphorízō: This compound means “to separate”, “to server.” It is used in the New Testament for the divine separation for service which goes hand in hand with divine calling. By divine commission the Son of Man will separate the good and the bad. (…) In the Old Testament separation for God and the separation of the unclean are important models for New Testament separation for service or separation from the world. (G. Kittel (Ed.), Theological Dictionary of the New Testament 1985)

horizon: hemel en aarde

Niets als Horizon, niets dan horizon…

Genesis 1, het beroemde verhaal uit de bijbel waarin wordt verteld dat God hemel en aarde schiep door te scheiden (of te onderscheiden) is de geboorteplek van de horizon. Hemel en aarde (water boven en water beneden en aarde van water) worden van elkaar gescheiden en sinds die tijd is er sprake van een horizon, een grens tussen beiden. Het is een grens en een afscheiding, een onderscheiding en een differentiatie wat niet hetzelfde is als scheiden. Differentiatie is een onderscheid dat ontstaat uit een homogeen geheel. Door Gods scheidend spreken komt er onderscheid en ontstaan hemel en aarde. Hemel als woonplaats, verblijfplaats van God (en de engelen, zo de mythologie) is niet hetzelfde als de hemel die wij waarnemen aan het einde van de horizon. Maar in de loop van de tijd wordt voor beide situaties hetzelfde begrip gebruikt. Dat maakt het geheel boeiend en verleent het begrip hemel zoals wij dat waarnemen aan het einde van de horizon en boven onze hoofden een dubbele lading, het begrip wordt als het ware met sacraliteit geladen. De onbereikbaarheid hiervan is hiervoor extra getuige.
De horizon is eigenlijk een bondgenoot van de onbereikbare hemel want hoe dicht je hem ook nadert, hij blijft zich terugtrekken in de verte. Daarmee is de horizon de eerste en meest concrete getuige van een vorm van onbereikbaarheid maar tevens volop aanwezigheid. De horizon is er altijd, zolang er licht is. En zelfs in een donkere nacht is hij nog te onderscheiden door de lichtjes in de verte en de kleuren van het avondlicht. De horizon werpt een mysterie op en is zelf een mysterie. Zo beleef ik dat. Als er een doel in verborgen zit, een grens, is dat doel en deze grens nooit te bereiken. En omgekeerd is de grens, deze onderscheiding er om het feit van het gescheiden zijn te bewaken en te behoeden. Zodat hemel en aarde niet samenvallen en niet terugvallen in de oorspronkelijke homogeniteit want dat zou het einde van de schepping betekenen, de terugkeer naar een vorm van oerchaos.

horizon

Grenzen

De horizon beperkt. Hij stelt grenzen. Grenzen aan onze almacht, of het gevoel van almacht. De horizon brengt je terug op je plek. De horizon voorkomt dat je over de bergen aan de einder heen kunt kijken en dus niet weet wat je te wachten staat als je daar bent aangeland. De horizon houdt het leven donker en onbepaald. De horizon voorkomt dat je al te snel conclusies trekt over de aanwezigheid van de aarde en de uitgestrektheid ervan. Maar de horizon beperkt niet alleen je zicht en je doelen, je ambitie en je dromen en verwachtingen, hij houdt je bij de les, leert je realisme, maar hij brengt je ook in contact met wat achter je licht. Hij wijst je op je afkomst, je oorsprong, je ontstaan, het begin waaruit je voortkwam en de weg die je tot nu toe hebt afgelegd. De horizon voor je is dus een andere dan de horizon achter je. De horizon maakt je ervan bewust dat je keuzes andere mogelijkheden hebben uitgesloten en dat je nu als product van je keuzes hier bent aanbeland. Dat was je weg, er is geen terugkeer mogelijk, zo is het nu. Ook dat is realisme dat de horizon je in de schoot werpt.
De horizon is dus een factor (naast de existentie ervan in het landschap) die je begrenst en die je bewust maakt van je situatie hier en nu. De horizon is een bewust-maker en is zelf onderdeel van een bewustzijnsproces. Jouw letterlijke horizon in je leven: waar je tegen aankijkt in het landschap en je figuurlijke horizon die je gaandeweg ontwikkelt en ontplooit door verder te kijken dan je neus lang is. Die laatste vorm van horizon binnen het proces van bewustwording is net zo diepzinnig en veelvormig als de concrete horizon in het landschap dat op die wijze iets van oneindigheid krijgt. Tijd en ruimte spelen een rol in de horizon en oneindigheid in tijd en ruimte komen hier aarzelend aan het licht doordat de begrenzingen wijzen op datgene wat achter die grenzen ligt. Of datgene zonder grenzen. Het sacrale is bij uitstek het domein van het grenzeloze, niet in te perken of vast te leggen domein. Tijd wordt hier eeuwigheid, ruimte wordt oneindigheid. Als mens ben je geneigd om te spreken over uitgestrektheid maar dat is in feite een extrapolatie van onze beperkte horizon. Oneindigheid en eeuwigheid blijven voor ons abstracte en niet begrijpbare categorieën die geen voorbeeld hebben in ons dagelijks leven. Ze staan als het ware buiten onze existentie, ze zijn aan gene zijde. Achter de horizon van ons verstaan – een plek waar we nooit zullen komen.
Maar dit kan worden worden geduid en aangeduid in een schilderij. Dat is mijn inzet als ik landschappen schilder waar de horizon centraal staat en waar zoals ook in het klassieke Chinese en Japanse landschap de werkelijkheid van het sacrale in het middelpunt staat. Het geschilder landschap wil niets anders dan dit sacrale aanduiden, aanwijzen, er naar verwijzen. De middelen die hiervoor ter beschikking staan zijn de verticalen en horizontalen en het tussengebied, het evenwicht, de balans. Dat wordt met verf in verf uitgedrukt. Water, regen, sneeuw, mist heeft daarbij een symbolische lading. Vooral de beweging is van belang. De hemel doet zich kennen, hij spreekt. De aarde is de ontvangende partij. Zij vertegenwoordigt het ontvangende vlak, de horizontale dimensie. De horizon zelf is het snijpunt, grensvlak, culminatiepunt waar zij bij elkaar komen in hun spanningsveld en in hun bewegingen. Een nooit aflatend, nooit stoppend proces. De dynamiek van de kosmos wordt hierin zichtbaar, of in christelijke termen, de schepping manifesteert zich voortdurend in de horizon en de bewegingen tussen hemel en aarde. Hoe gelovig kun je zijn als je deze dynamiek en dit “Vorverständnis” tot bron en tot kern van je schilderen maakt?

John Hacking
23 mei 2015

Vanaf Pasen tot einde juni 2015 hangen 15 landschappen van mijn hand in de Ark te Hoofddorp. Een kleine kerkzaal waarin op 18 mei een culturele avond werd gehouden rond deze landschappen. Dat leverde verschillende muzikale bijdrages op (Arjan Noordzij) en een voordracht van gedichten (Rien Wattel) en nieuwe haiku’s van de hand van Jacqueline Roelofs. In de bijlage (PDF) staan deze laatsten vermeld.

Riesengebirge

Landscapes of the Soul

 

Vraag waarom ik in de groene bergen verblijf
en ik lach maar antwoord niets – mijn hart is sereen.
De perzikbloesems drijven weg op het water,
dit is een andere wereld, ver van mensen.

Li Bai (uit Berg en Water)

 

Landscapes of the Soul

Bergen en water, zee en lucht, moeras en rivier, het landschap kent zichzelf en wij zijn vreemden. We blijven vreemden want het landschap is geen huis. Om te wonen moeten wij geweld gebruiken. Bomen vellen, aarde verhitten, stenen stapelen. Wij maken de aarde naar ons beeld, wij hebben onze eigen voorstelling. Maar het landschap is anders, telkens weer een ander gezicht. Het licht bewerkt die transformatie. Wij zijn toeschouwers. Op gepaste afstand. Worden er nooit deel van. Wij zijn een anomalie in het landschap. Pas als dode, als corpus gaan wij erin op, kunnen we niet meer wegrennen, ons eraan onttrekken. Niet meer vluchten in kunstmatigheid, in gebouwen, huizen uit hout en steen.

soul

De schilder verhoudt zich anders tot het landschap dan de bouwer, de passant, de voorbijganger die geen tijd heeft om te beschouwen. Daarom is de schilder een soort van dichter en mysticus: hij beschouwt het landschap en die indruk heeft effect op wat uit zijn handen komt. Een landschap in de handen van bijvoorbeeld een traditionele Japanse kunstenaar moet esoragoto zijn: een aantal kunstzinnige vrijheden moeten erin vervat zijn. Henry P. Bowie zegt hierover in ‘On the laws of Japanese Painting’: “It should aim not so much to reproduce the exact thing as its sentiment, called kokoro mochi, which is the moving spirit of the scene. It must not be a facsimile.” Het geschilderde landschap hoeft dus geen kopie te zijn. Een foto komt al dichter in de buurt maar ook dat is geen kopie.
Als we naar een geschilderd landschap kijken kun je je afvragen wat ons boeit en soms aangenaam treft in dit landschap. Bowie vraagt waarom een geschilderd landschap ons soms meer voldoening geeft dan de scene zelf in het landschap. Hij zegt: “It is largely because of esoragoto or the admixture of invention (the artistic unreality) with the unartistic reality; the poetic handling or treatment of what in the original may in some respects be commonplace.” (pag 80)
Om het begrip esoragoto te begrijpen moet je een zekere mate van krediet geven aan de poëtische benadering van de werkelijkheid. In feite is elk landschap in de vorm van een schilderij of de beschrijving in een tekst een vorm van poëzie. Soms goed geslaagd, soms minder. Net zoals er goede en minder goede gedichten zijn en smaken die enorm kunnen verschillen. Voor de toeschouwer geldt: het is afhankelijk van de moeite die hij of zij wil doen om door te dringen in het schilderij of het schilderij als een soort van gedicht tot hem kan spreken, of het afgebeelde landschap iets bij hem of haar oproept dat verder gaat dan alleen maar vluchtig opmerken. Kan de ziel van het landschap spreken in het werk, komt ze ter sprake en kan de toeschouwer, als hij hiervoor open staat, dit ervaren?

sea soul

Dat is ook de inzet van mijn werk als landschapschilder. Het landschap dat ik ervaar en dat ik omzet in mijn schilderdij op een geheel vrije wijze, al improviserend en ontdekkend. (De beperkingen worden vaak door het materiaal, de stijl, de keuze van het onderwerp en de beschikbare techniek opgelegd – maar ook de stemming doet mee, het gestemd zijn.) Vreugde geeft mij de improvisatie en de manifestatie van het materiaal: hoe de verf glanst op een vel papier – hoe ze opdroogt en daarna een ander beeld geeft. Hoe de onderlinge kleuren zich verhouden en elkaar bepalen. De vorm van het geschilderde tegen de achtergrond van de hemel. Enzovoort. Dat is een eindeloos proces. Het begrip esoragoto is misschien voor ons westerlingen niet zo goed te begrijpen omdat wij opgegroeid zijn in een andere kunsttraditie. Jaren geleden heb ik me al toegelegd op het schilderen met inkt en sumi naast de collages, de landschappen in pigment die ik maak. De techniek van het werken met sumi kan het begrip esoragoto verhelderen: Henry P. Bowie schrijft hierover het volgende: “A correctly executed Japanese painting in sumi called sumi e, is essentially a false picture so far as color goes, where anything in it not black is represented. Hence, sumi paintings of landscapes, flowers and trees, are untrue as to color, and the art lies in making things thus represented seem the opposite of what they appear and cause the sentiment of color to be felt through a medium which contains no color. This is esoragoto.” (pag. 80)
Het schilderij in sumi verwijst en doet dat op een extreme wijze op het terrein van de waarneming van kleuren omdat de kleur niet meedoet. Maar die verwijzing, deze vorm van artistieke vrijheid voor de keuze van dit materiaal, doet de werkelijkheid geen onrecht aan maar zet haar in een ander licht. Het landschap gevangen in een gedicht, een geschilderd gedicht. Zo beschouw ik elk landschap als een verwijzing, een poëtische poging het landschap dat wordt waargenomen en dat indruk maakt weer te geven. Kunstwerken die worden geacht omdat een bekend kunstenaar ze heeft gemaakt en daarom in onze Westerse maatschappij met veel geld worden betaald, zijn per definitie geen objecten die in de traditionele Japanse schilderkunst worden geacht om die reden. Geld en bekendheid van de kunstenaar zijn bijzaak, doen vaak niet ter zake. Het vakmanschap van de kunstenaar is af te lezen uit zijn werk en niet uit prijskaartje. Het hoogste aanzien geniet daarom de kunstenaar die op kunstzinnige wijze het landschap weet uit te beelden zodat de toeschouwer diep van binnen wordt geraakt en een vorm van religieuze ervaring meemaakt. Hoeveel moderne kunstwerken roepen die ervaring bij de toeschouwer op? Het blijft een voortdurende uitdaging om zo te willen werken. Niet om het doel zelf, maar om het proces telkens weer te ondergaan en uit te voeren. Schilderen als religieuze poëtische bezigheid. Meer hoeft het niet te zijn.

John Hacking
2016

bron:

On the Laws of Japanese Painting: An Introduction to the Study of the Art of Japan. Henry P. Bowie (1911) http://www.gutenberg.org/ebooks/35580?msg=welcome_stranger

Berg en water. Klassieke Chinese landschapsgedichten vertaald en toegelicht door Silvia Marijnissen, Urtrecht, Amsterdam, Antwerpen 2012

soul

Neo-romantiek: landschap

stokhem neoromantiek

Het landschap is het centrale thema in mijn werk. Niet dat ik uitsluitend landschappen schilder maar thematisch krijgt het wel de meeste aandacht.Dat kan op concrete wijze maar ook op abstracte wijze. Vaak is daarbij een concreet landschap uitgangspunt in de vorm van een foto. Het afgebeelde landschap is inspiratiebron om de rest van het landschap (wat niet is afgebeeld) te schilderen – niet op een realistische wijze, maar eerder expressief en impressionistisch. Omdat ik zo met het landschap begaan ben en vooral de gevoelens die hieronder schuilen vraag ik me dan ook af of ik niet op de een of andere wijze beïnvloed ben door de stroming van de romantiek of neo-romantiek. Wikipedia zeg over de neo-romantiek in de kunst: “Het is een reactie gebleken op het naturalisme. De naturalist in de kunst gaat uit van externe observatie, de neoromanticist voegt gevoelens en interne observatie aan zijn werk toe. Deze kunstenaars putten hun inspiratie uit werken van kunstenaars uit de tijd van de romantiek. Net zoals in de romantiek putten zij inspiratie uit de plaats waar zij zich bevinden in historische weidse landschappen. Met het uiten van dit gevoel reageren zij in het algemeen op de ‘lelijke’ moderne wereld van machines, nieuwe steden en welvaart. Karakteristieke thema’s zijn een hang naar de perfecte liefde, utopische landschappen, door de natuur veroorzaakte ruïnes, romantische dood.” Einde citaat. Historische en vooral wijdse landschappen vormen al jaren bron van inspiratie en uitgangspunt voor mijn schilderijen, maar ook de moderne wereld heeft tal van plekken die inspirerend kunnen werken in mijn landschappen zijn geen reactie op de moderne tijd. Eerder halen ze verloren landschappen voor de geest die aan het oog onttrokken zijn omdat de wereld nu eenmaal is veranderd en snelwegen door het landschap zijn aangelegd om zo snel mogelijk van de ene naar de andere plaats te komen. In de verdiept aangelegde wegen (zeker in Frankrijk) zie je enkel de hellingen naast de weg die hier en daar met nepkunst zijn opgevrolijkt, maar het landschap zelf wordt aan je oog onttrokken.
ik word gegrepen door bergen, woestijnen, rivieren, zeeën, moerassen en meren, door kale vlaktes en vooral door de horizon die telkens weer anders is . Wel een neo-romantische inslag maar niet absoluut, geen perfecte liefdes, een romantische dood en wal al niet meer. Het landschap heeft de romantiek en de romantische levensinstelling niet nodig want het staat op zichzelf. In de Chinese en Japanse landschapsschilderkunst is het landschap een verwijzing naar een werkelijkheid die sacraal is en waarin hemel en aarde aan elkaar raken. Dat thema probeer ik in mijn werk zo dicht mogelijk te benaderen. Is dat nog romantiek, of is het vooral religie? Eigenlijk maakt het antwoord op deze vraag niet zoveel uit. In het Sanctus wordt gezegd: “Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid”. Dat wordt beweerd over God. Daarmee kan ik goed leven en ook dat vormt bron van inspiratie bij het schilderen van het landschap: het zichtbaar maken van iets van die heerlijkheid. ‘Kabod’ in het Hebreeuws, daar is het om te doen. Het landschap is nooit af en blijft bron van inspiratie, geestkracht die overgaat in verf en lijnen.

John Hacking
2015

stokhum

Onschuldig Landschap?

schuldig landschap

Onschuldig landschap

Kan het landschap schuldig of onschuldig zijn? Schuldig aan datgene wat zich erin afspeelt, of onschuldig omdat het niet kan ingrijpen? Deze morele kwestie is het thema van de schilderijen die op basis van kleine foto’s van het landschap in Mayerhoven Oostenrijk zijn ontstaan. De foto’s zijn gemaakt rond 1938 omdat Oostenrijk toen al ingelijfd was in het Duitse rijk. Zijn de bergen getuige geworden van de gruweldaden die zich daarna hebben afgespeeld in de Tweede Wereldoorlog? De Nederlandse schilder Armando heeft deze vraag eerder opgepakt in de zeventiger jaren van de twintigste eeuw naar aanleiding van het landschap rond het politiekamp van de Nazi’s te Amersfoort. De serie die hij toen geschilderd heeft kreeg de titel schuldig landschap. Ook in zijn poëtisch werk heeft Armando hierop gewezen. Dit vormde voor mij de aanleiding om verder na te denken over deze vraag en daarom heb ik mijn landschappen onschuldig genoemd, voorzien van een vraagteken. Zij vormen niet alleen een expliciete verwijzing naar het werk van Armando en de vragen die hij stelt, maar ze zijn voor mij ook een hernieuwde thematisering van een aloude problematiek, namelijk in hoeverre het landschap meespeelt in de betekenisgeving door mensen van de realiteit en de menselijke geschiedenis. Ook bijbelse en mythologische verhalen spelen zich af in een landschap. Dat vormt niet alleen het decor voor de handeling maar draagt zelf ook betekenis in het verhaal. De woestijn is in de bijbelse context niet alleen plaats van doorgang maar ook van beproeving en test-case hoe standvastig het volk is. Idem kunnen sneeuw en ijs getuigenis afleggen van de vijandigheid van het landschap tegenover de mens. De mens bevindt zich in het landschap en neemt het dus op in zijn wijze van existeren dus ook in de taal. Schilderen is een taalspel met verf, een betekenis-geven zonder woorden. Die komen achteraf als de toeschouwer het werk duidt en uitlegt. Mijn werk vormt in die zin een voortdurende verkenning van het landschap, de betekenis die het landschap speelt in het leven van mensen en de relatie met het religieuze aspect van de werkelijkheid. Het landschap verbindt in mijn optiek hemel en aarde, de horizon is grens en overgang, verbinding en oriëntatiepunt. De grens kan een vruchtbare plek van inzicht zijn, ook in de eigen existentie. Vandaar de vasthoudendheid van mijn kant in deze zoektocht naar betekenis. Het landschap levert de prachtigste metaforen voor de beschrijving van de levensreis. Voor mij erg inspirerend. Soms verwijst een titel naar dit aspect van het landschap. Het is echter aan de toeschouwer om zijn eigen betekenissen in het werk te vinden.

John Hacking
2008

schuldig landschap

Poëzie en werkelijkheid

 

“De zee is een dood
het wiegelied poort naar God
emotie die de ziel bindt
tot de sprong”

“Het menselijke leven kent tenslotte kanten die alleen met poëtische middelen adequaat uitgebeeld kunnen worden”

A.Tarkovski

w De werkelijkheid is een gedicht. Omdat ze niet bestaat als ‘de’, hoogstens als ‘mijn werkelijkheid’. Wie garandeert mij dat wij dezelfde werkelijkheid beleven?
Maar los daarvan bezit de werkelijkheid een gelaagdheid die slechts op poëtische is te duiden. Voor mij, met nadruk, geldt dat de werkelijkheid religieus en poëtisch is. Alleen het gedicht vermag voor mij datgene wat onmogelijk lijkt: de werkelijkheid vangen in een beeld, in een beleving.
Oorlogen, menselijke ellende, verdriet, slachtoffers, hoeveelheden en de wijze waarop tarten elke verbeelding. Ook de wetenschap vermag hier niet veel. De werkelijkheid is te groot, ze overstijgt ons vermogen tot verbeelding. Ze overvalt ons, beklemt ons, zet ons gevangen in onze eigen betekenissen. Zou het gedicht hier verder kunnen helpen, om het onverwoordbare te verwoorden?
Poëzie is een werkzame kracht zoals Tarkovski, de Russische filmmaker, opmerkt: “Poëtische verbindingen hebben een sterkere emotionele werking en activeren de toeschouwer; hij wordt meegevoerd om het leven te onderzoeken, maar zonder de hulp van een vooropgezette uitkomst of van de dwingende aanwijzingen van de auteur. Hij kan slechts met datgene waarover hij zelf beschikt de diepere zin op het spoor komen van de getoonde complexe verschijnselen. Ingewikkelde gedachten of een poëtische levensfilosofie moet men niet in een al te doorzichtig keurslijf willen dwingen. De gebruikelijke lineaire logica in de opeenvolging van gebeurtenissen lijkt verdacht veel op de bewijsvoering van een wiskundige stelling. Associatieve verbanden kunnen daarentegen een rationele en een gevoelsmatige beoordeling van het leven combineren, en bieden de kunst daarom onvergelijkbaar meer mogelijkheden.”
Tarkovski spreekt over poëzie als relatie tot de werkelijkheid, een vorm van filosofie die de verhouding van de mens tot zijn realiteit uitdrukt. In zijn filmen doet hij een poging deze positiebepaling uit te werken in beelden. De emotionele subjectieve beleving van de filmmaker, de regisseur, de kunstenaar is daarbij van wezenlijk belang. De kunstenaar kan zichzelf niet uitschakelen. Hij vormt de brug tot zijn verbeelde werkelijkheid waarin anderen zich kunnen herkennen en waarover zij hun eigen weg kunnen vinden naar hun eigen beleefde werkelijkheid. Tarkovski zegt hierover: “ Een dergelijke kunstenaar herkent de bijzondere poëtische structuur van het bestaan. Hij is in Staat om de grenzen van de lineaire logica te overschrijden en de complexiteit en de waarheid van de ongrijpbare verbanden en verborgen verschijnselen van het leven over te brengen. En ook al pretendeert een auteur het leven waarheidsgetrouw te hebben uitgebeeld, zonder dit vermogen ziet het leven er eentonig, eenvormig en gekunsteld uit. De illusie van uiterlijke levensechtheid getuigt nog niet van een diepgaand inzicht in het leven. Ik denk ook dat authenticiteit, innerlijke waarheid, of zelfs uiterlijke waarheidsgetrouwheid onbereikbaar zijn als niet de subjectieve indrukken van de kunstenaar organisch verbonden zijn met zijn objectieve weergave van de werkelijkheid.”

sumi
Voor Tarkovski is “in een werkelijk kunstzinnig beeld altijd organisch een verband aanwezig tussen idee en vorm. Vorm zonder idee en idee zonder vorm vernietigen het beeld, en het beeld houdt op kunst te zijn.” Deze opvattingen over kunst keert terug in mijn werk waar dit zichtbaar wordt in mijn benadering van het landschap. Voor mij is het landschap ‘een landschap van de ziel’ omdat mijn beleving van het landschap doorwerkt in de wijze waarop ik mij verhoud tot het landschap en in de wijze waarop ik het schilderkundig tot uiting breng. Voor mij is het landschap een vraag en een uitnodiging. Een vraag aan mij gesteld: waar kom je vandaan, waar ga je heen, wat doe je hier. Een uitnodiging om verder te kijken dan je empirische neus. Voor mij is het landschap religieus geladen, religieus gekleurd omdat het de verbeelding van de relatie tussen hemel en aarde. En niet alleen de verbeelding, het maakt in de horizon letterlijk deze scheiding, die een overgang is, een grensgebied, zichtbaar. In dat grensgebied zoeken wij onze weg en vertellen we verhalen om ons leven in te kleuren en zin te geven. Religies zijn in die zin compilaties van verhalen en gebruiken die deze verhalen omzetten in rites.
Ook in de muziek is deze werkzame kracht van de poëzie van de werkelijkheid meer dan duidelijk aanwezig. In “Le plat pays” van Jacques Brel zie ik de wolken, de bomen aan de horizon en het landschap bijna letterlijk. Dat vermag het woord, de klank, het lied, het gedicht. De kunstenaar heeft daarom een onvervangbare positie in onze maatschappij.
Tarkovski zegt over de relatie van de kunstenaar tot de werkelijkheid de volgende belangwekkende dingen, ik citeer uitgebreid: “Het zich eigen maken van de werkelijkheid in de kunst is een subjectieve beleving. In de wetenschap volgt het menselijke kennen de treden van een eindeloze trap: oude inzichten worden op grond van ontdekkingen vervangen door nieuwe. Een artistiek inzicht daarentegen komt steeds opnieuw tot stand als een ander en uniek beeld van de wereld, als een hiëroglyfe van de absolute waarheid. Het dient zich aan als een openbaring, als het kortstondig opvlammen van een hartstochtelijk verlangen naar een intuïtief inzicht in alle wetmatigheden van de wereld: haar schoonheid en lelijkheid, haar mededogen en wreedheid, haar oneindigheid en begrenzingen. De kunstenaar brengt dit alles tot uitdrukking door een beeld te scheppen dat vanuit zichzelf het absolute onthult. Het beeld is in staat de ervaring van het oneindige vast te houden: door het eeuwige te begrenzen, het geestelijke in het stoffelijke vast te leggen, het onbegrensde te kadreren. Kunst is een symbool van de wereld dat verwijst naar de absolute geestelijke waarheid die in een positivistische, pragmatische houding tegenover het leven verborgen blijft.
Als iemand zich naar een wetenschappelijk systeem wil voegen, moet hij een bepaalde opleiding hebben genoten en een beroep doen op zijn logische denkvermogen. Kunst richt zich tot allen in de hoop dat ze een in druk zal achterlaten, dat ze vooral wordt gevoeld, een emotionele schok teweegbrengt en dat haar waarheid wordt aanvaard. Zij wil de mensen niet overtuigen met onverbiddelijk geldende rationele argumenten, maar met de geestelijke energie, waarmee de kunstenaar haar heeft geladen. En in plaats van een wetenschappelijke opleiding, wordt er voor haar een bepaalde geestelijke ervaring vereist.

sumi
Kunst wordt geboren en ontwikkelt haar kracht daar waar het eeuwige, rusteloze verlangen heerst naar spiritualiteit, naar het ideaal: het verlangen dat de mensen naar de kunst voert. De weg die de moderne kunst echter is ingeslagen, is een doodlopende weg. Ze heeft het zoeken naar de zin van het leven afgezworen en hiervoor louter zelfbevestiging in de plaats gesteld. De zogenaamde creativiteit lijkt veranderd in een zonderlinge bezigheid van excentrieke individuen die de autonome waarde van het persoonlijke handelen enkel als manifestatie van de vrije wil bevestigd willen zien. In het scheppingsproces wordt de individualiteit evenwel niet bevestigd, maar in dienst gesteld van een algemeen en hoger idee. De kunstenaar is een dienaar die zijn talenten, hem als door een wonder geschonken, tracht te verwezenlijken. Doch de moderne mens brengt liever geen offers, hoewel de individualiteit alleen door opoffering bevestigd kan worden. Dat is de mens van lieverlede vergeten en hierdoor heeft hij het gevoel verloren voor zijn bestemming.” Los van het feit of je het eens kunt zijn met zijn stelling dat de moderne kunstenaar in het scheppingsproces misschien niet meer leeft voor een hoger idee en dat de mens het gevoel voor zijn bestemming verloren schijnt te hebben, blijft staan dat kunst een zoektocht naar en een verkenning van het absolute is. Al dan niet in de vorm van een waarheid of openbaring. In die zoektocht voel ik me thuis. Een leven lang pelgrim zijn, op weg naar een doel dat nooit wordt gehaald.
Absolute zekerheid, absolute waarheid zal niet worden gevonden en dat is goed zo want deze werken als een molensteen. De zee is vol verwachting om al deze verdoolden met open armen te ontvangen en te koesteren als een eeuwige moeder. Poëzie wijst niet in deze richting, poëzie vermijdt de klippen van de eeuwige waarheid, scheert langs de afgronden van de dood, die messcherp uitsteken in het kale landschap van de hemeltiran. Poëzie is een lied dat wordt aangeheven tegen de statische dood, tegen de cijfers die de werkelijkheid willen kerkeren, tegen de pragmatiek en manipulatie van de heerser.
Ik vermoed dat het wiegelied, het lied dat het kind als eerste zal gaan horen, het begin vormt van zijn religieuze ontwikkeling en zijn gevoel voor de mystieke dimensie van de werkelijkheid. En als dit lied nooit geklonken heeft, als diep van binnen de basis niet is gelegd om het verlangen te wekken, de begeerte te doen opvlammen naar wat ongrijpbaar, goddelijk is, dan is het nog niet te laat. Het vergt alleen wat moed, wat durf om je open te stellen voor nieuwe klanken, nieuwe woorden, nieuwe betekenissen die wegen zullen gaan vormen in een onbekend terrein. Het gedicht is een sleutel, een van de vele, maar niet de minst belangrijke om de werkelijkheid te verkennen, om jouw plaats te verankeren in een gevoel van thuiskomst als je eenmaal uitkomt bij wie jij ten diepste bent. Daarover gaan mijn geschilderde landschappen en al datgene wat ik de laatste jaren heb geschreven.

John Hacking
2007

De citaten stammen uit:
A. Tarkovski, De verzegelde tijd. Beschouwingen over de filmkunst, Groningen 2006 (Historische uitgeverij) p. 20-29

Schilderen

Schilderen: afdrukken van de waargenomen werkelijkheid bewerken

De collagetechniek die ik hanteer in mijn schilderen heeft verschillende voordelen. Ten eerste levert een afbeelding van een landschap die ik midden op een leeg vel papier plak een aanknopingspunt en tevens uitgangspunt voor een te schilderen landschap. Schilderen. Een berglandschap levert een ander schilderij op dan een foto van een meer, een moeras of een weg. Ook de wolkenpartijen spelen daarin een rol en de weerspiegeling van de hemel in het water van een meer of rivier. In feite leveren de bestaande foto’s van een landschap het motief voor het schilderij. Hoe deze foto dan uiteindelijk deel gaat uitmaken van een groter (en gefantaseerd) geheel is mede afhankelijk van het moment en de keren dat het werk wordt opgepakt en aangepast, net zo lang tot ik tevreden ben. Ik ben tevreden als er verschillende lagen door het werk heen schemeren, als het niet helemaal is dicht gekalkt waardoor er geen enkele vorm van diepte meer aanwezig is. Dat betekent dus op tijd stoppen met schilderen.

 

schilderen
Een ander voordeel is dat ik met behulp van een foto niet naar de natuur hoef te schilderen door bijvoorbeeld midden in het landschap te gaan staan en daar te werken. Ik kan gewoon thuis blijven en me daar naar harte lust uitleven. Onafhankelijk van weer en wind. Daarbij is het mij ook niet te doen om afbeeldingen zo getrouw mogelijk weer te geven of in een schilderij voort te zetten zoals de foto zelf een weergave is van een stukje werkelijkheid. Mijn inzet is om de verf die uit pigmenten bestaat, een bindmiddel en water, voor een deel zijn eigen werk te laten doen zodat er minder strakke overgangen ontstaan tussen de geschilderde delen. Het inwerken van de verschillende kleuren op elkaar is voor een deel toeval door de waterigheid van de verf. In de loop der jaren heb ik genoeg ervaring opgedaan om te weten welke kleuren bepaalde reacties op elkaar uitoefenen. Ook afhankelijk van het soort bindmiddel en het soort pigment zijn er diverse varianten van beïnvloeding met typische effecten. Sommige pigmenten trekken zich als het ware helemaal terug waardoor er strakke afscheidingen ontstaan tussen de partijen. Andere weer vertonen een vorm van imperialisme door andere kleuren binnen te dringen en te overheersen. In mijn werk laat ik veel gebeuren en wil ik niet alles in de hand houden.

Bingen
Mijn schilderen zelf is een accenturen en benaderen van het landschap vanuit de kleur en de structuur van de verf zelf. Sommige pigmenten drogen op zonder dat zij helemaal zijn opgelost in het bindmiddel, andere weer laten na droging een typische kleur achter afhankelijk van het soort papier dat ik gebruik. De mogelijkheden zijn bijna onbeperkt. De foto als uitgangspunt is dan ook de eerste stap in het proces dat zich daarna spelenderwijs ontwikkelt. In feite is schilderen het bedekken van een foto of delen van een foto met lagen verf, of met andere woorden, lagen verf aanbrengen op de “werkelijkheid”, deze zo behandelen met kleur dat er een nieuw geheel ontstaat dat nieuwe betekenissen kan oproepen en waarin de toeschouwer op zijn eigen wijze kan gaan staan. In de serie Kranenburg Bruck in het kwadraat (2011), heb ik eerst een serie van 16 schilderijen gemaakt van een moerasgebied in de buurt van Kranenburg op basis van foto’s. Deze foto’s heb ik uitgewerkt in een landschap. Van deze schilderijen heb ik nieuwe foto’s gemaakt en die heb ik weer als uitgangspunt genomen voor een nieuwe serie van landschappen. De oorspronkelijke foto is nog heel vaag zichtbaar in deze serie. Een soort Droste-meisje-effect (nl. de afbeelding van een meisje op een blikje met chocolaatjes met in de hand weer een blikje en zo verder).

kranenburg bruck

Zichtbaar en ervaarbaar wordt zo dat elke laag nieuwe lagen mogelijk maakt en elke betekenis nieuwe betekenissen oproept, zoals het teken dat op zijn gezicht een scheur openbaart waardoor nieuwe betekenissen opdoemen (R. Barthes).
Met deze collagetechniek en de bewerking van de foto in het landschap met verf wordt nog iets anders zichtbaar. Het landschap vormt voor mij een metafoor voor het leven, de levensweg en de houding ten aanzien van je levenstijd en levensweg. Ik ken het landschap dus een metaforische dimensie toe en deze pak ik weer op in mijn schilderijen. Zij vormt uitgangspunt en doel van mijn schilderen. Vandaar de nadruk op de gelaagdheid in mijn werk: doorheen de lagen komen de diepere lagen aan het licht, wat weer een metafoor is voor de religieuze of sacrale dimensie van het landschap. In de lichtval, de stilte, in sneeuw, in de nacht, in bepaalde stemmingen in het landschap komt dit volgens mij aan het licht, of beter gezegd – ik duid hen religieus en sacraal. Daarom heeft het landschap voor mij een diepere, een extra waarde. Het landschap wordt zo deel van mijn gelovige overtuiging dat het goddelijke op de een of andere wijze ook in het landschap aan het licht kan treden. Door mijn schilderen probeer ik dat accent te verlenen. Of dat altijd lukt is natuurlijk de vraag, maar het is wel vaak de inzet van mijn werk.
Leven is je stempel drukken op, leven is je sporen nalaten in, leven is proberen ervan te maken wat ervan te maken is. Het zit er allemaal in “principio” al in, je moet het alleen eruit laten komen. Zo werkt volgens mij inspiratie. Je handen verbeelden in hun bewegingen datgene wat je op papier wilt zetten met verf maar het is geen kwestie van sturen en bepalen. Het is eerder een kwestie van laten gebeuren. Door ervaringen gelouterd weten de handen en armen wat ze doen, aan welke kwasten ze de voorkeur geven en welke bewegingen passen. Het lichaam schildert, het hoofd begeleidt slechts, het hoofd reflecteert en keurt kritisch, maar de handen doen het en het sturende is niet de ratio maar een vorm van intuïtie of inspiratie. De foto die als uitgangspunt dient werkt in die zin vaak inspirerend omdat ze de fantasie prikkelt, opwekt en aanvuurt. Dat werkt zo dat een ouder werk na jaren opeens verwondering kan opwekken vanuit de dynamiek ervan. Dan weet je dat het klopt, dat het resultaat er mag zijn. Dat is voldoende.

John Hacking
2011

schilderen

Stemming en gestemd zijn

Stemming

Stemming en gestemd zijn, beiden zijn de atmosfeer die mijn werk kleuren als landschapschilder. Ze kleuren niet alleen, maar geven richting. Ze hebben hun aandeel in de vorm, in de beweging en in de uitdrukking. En ze geven richting aan de keuze voor het materiaal en de kleur. Ik maak dus niet iets dat in mij opkomt om te maken. Ik schilder dus niet vanuit een vooropgezet plan of idee. Ik laat mijn hand zelf de streken zetten en zie wat ontstaat. Omdat mijn thema het landschap is laat ik mij inspireren door het landschap. Dat is telkens anders, nooit hetzelfde. In de Chinese en Japanse landschapschilderkunst is de stemming het thema dat de uitwerking van het beeld bepaalt. De mist in de ochtend, de avondlucht, de berg omgeven door sneeuw, door regen, wolken, het roept een gevoel op, een atmosferisch gevoel. Atmosferisch wil hier zeggen dat je door dit geheel van gevoelens wordt bepaald, gekleurd, gestemd. Het doet iets met je en je verandert. Melancholie, droefheid of een zekere bedruktheid zijn voorbeelden. Maar ook ochtendstemming, de zinderende kleurenpracht van een korenveld (van Gogh), ruisende bomen in de wind, briesende golven op de kust (Monet), het kalme licht dat van de berg afstroomt (Cezanne), en zo zijn er nog tal van voorbeelden op te noemen waarin het landschap, verbeeld in het schilderij, een stemming uitdrukt die je als deel van het landschap (omdat je erin staat) overneemt. Deze dimensie van ervaren van gevoelens overstijgt het schema dat we gewend zijn toe te passen in de psychologie, waarin gevoelens te weinig vanuit de atmosferische dimensie worden bekeken. Een gevoel is niet iets wat je hebt, maar iets dat je overkomt. Een gevoel kleurt je leven en je lichamelijk zelfverstaan. Zoals in het Duits een onderscheid wordt gemaakt tussen “Leib” en “Körper”, lijf en lichaam, zo horen gevoelens vooral bij het lijf, het “Leib” en niet bij het lichaam als “Körper”. Het lijf, nog gebruikt in begrippen als lijfeigenen, met lijf en leden, inlijven, of zoals in het Duits met “mit Leib und Seele” (niet “Körper und Seele), stamt oorspronkelijk af van een begrip dat leven betekent. Lijf, “Leib”, leven, mijn levensweg is een weg waarin wel grenzen zijn, namelijk begin en einde, maar die grenzen kunnen niet driedimensionaal worden uitgedrukt zoals een lichaam, een “Körper” een concrete driedimensionale ruimte inneemt. Het lichaam is materieel, is hier en nu aan te wijzen, vast te leggen op een plaats omdat het concrete meetbare ruimte inneemt. Het lijf heeft wel dat lichaam nodig, veronderstelt het, maar het is breder, zonder vlakken, zonder huid die de grens vormt van het lichaam. Het lijf kan wel volumes ervaren maar dan zonder afgrenzing, zonder beperkingen. Deze volumes zijn ondeelbaar en uit gedeind. Denk aan de longen vol lucht en het gevoel dat ontstaat bij concentratie op de ademhaling in de meditatie. Denk ook aan de ervaring van opgenomen zijn in een landschap of in een beweging (in een voertuig, op een paard, fiets, etc.) Samenvallen met die beweging waardoor er geen onderscheid meer is en je jezelf niet meer bewust bent van je lichaam: idemiteit genoemd – je valt samen met je fiets bv.

stemming

Daarnaast kent het lijf een absolute plaatselijkheid: een ervaring van identificatie waarmee het zich onderscheidt van de wijdte waarin het zich bevindt, zoals de toeschouwer op een berg die uitkijkt over het landschap. Dat laatste onafhankelijk van afstanden en de werkelijke plaats die je inneemt in een meetbaar landschap met coordinaten. Denk aan de wandelaar op het schilderij van Casper David Friedrich, op de rug gezien. Deze kijkt uit over wolken, mistpartijen vanaf zijn hoge positie in de bergen. We kijken met hem mee en vergeten dat wij een lichaam hebben. We zijn deel van het geheel en die ervaring, die sensatie en die gevoelens die ons overspoelen zijn atmosferisch. De atmosfeer (dat is niet de gemeten regenbui of windvlaag in dit geval) kleurt onze stemming en bepaalt ons gevoel. De filosoof Hermann Schmitz heeft deze ervaringen beschrijven in een nieuwe fenomenologie waarin de gevoelens een plek krijgen die ze in het andere filosofische discours nauwelijks hebben gekregen omdat de ratio daar als belangrijkste criteria gold. In de Chinese en Japanse schilderkunst wist men dit al lang en zijn zetten hierop in. Daarom blijven zij mij inspireren omdat ze aan iets wezenlijks raken van onze existentie in deze wereld die met onze ratio niet kan worden gevat.

John Hacking
2 november 2016 – dag van de doden

stemming

Ziel en landschap

Ziel

Wijdte is een begrip dat bij de Duitse mysticus Meister Eckhart een belangrijke rol speelt om de gemoedstoestand van de ziel in het individu te beschrijven. De ziel ervaart de wijdte als zij helemaal open staat voor datgene buiten haar dat haar omgeeft als een overweldigende werkelijkheid. Daarvoor moet ze wel leeg zijn, bodemloos, niet gevuld met beelden en verwachtingen, niet vol met gedachten en betekenissen. Zelfs geen voorstelling of begrip van God is hier gevraagd want dat zit alleen maar in de weg. Dat verhindert de aanraking van het goddelijke, dat staat dan in tussen de omvangende werkelijkheid en de ziel zelf. Leegte en liefde, leegte en geraakt worden gaan samen en hebben elkaar nodig, vormen de twee-eenheid in dit denken en dit verstaan van de mystieke geraaktheid.

leegte

In de schilderkunst is het thema van de wijdte en de leegte al oud. Misschien niet in de Westerse schilderkunst die het landschap pas centraal stelt als thema vanaf de 16e eeuw. En die landschappen worden nog altijd bevolkt door kleine mensen die iets aan het doen zijn of die op weg zijn. Soms staat een heilige centraal zoals Johannes de Doper of Antonius en om hem heen of achter hem doemt het landschap op. Casper David Friedrich, eeuwen later, werd in zijn tijd niet door iedereen begrepen als hij taferelen schilderde van veelal woeste landschappen waar de mens ontbrak. Maar hij heeft ook tal van afbeeldingen geschetst waarop de toeschouwer als toeschouwer aanwezig is en kijkt in de verte. Alsof deze toeschouwer op het beeld ons aan de hand moet nemen om met hem naar het landschap te kijken dat zich aan zijn voeten ontvouwt. We zitten dan inmiddels al in de romantiek en wandelaars trekken erop uit om de natuur te verkennen en te beschrijven, een soort van tegenreactie tegen de toenmalige ontwikkelingen in maatschappij en kunst waarin de stad en de techniek de boventoon gingen voeren.
In de Japanse en Chinese schilderkunst is het landschap altijd al een bijzonder thema geweest met oog voor de relatie tussen hemel en aarde, tussen boven en beneden en alles wat daar tussen zit. Mist, water, regen en sneeuw verbindt beide dimensies. De leegte wordt aanschouwd, de toeschouwer wordt deel van het grotere geheel en de kunstenaar is pas geslaagd als hij die dimensie en die emoties met zijn penseel kan duiden en verbeelden. Dat is een moeilijke opgave. Dat gaat veel verder dan het toepassen van technische regels en schildertechnieken. Het veronderstelt een vorm van eenwording met het landschap, erin durven opgaan, erin willen opgaan en die emotie, dat gevoel uitdrukken in inkt en sumi-e.

ziel
Er zijn nog kunstenaars die deze grondemotie, dit basisgevoel in hun werk willen uitdrukken, die in de traditie staan van de Chinese en Japanse landschapschilderkunst. Maar het Westerse virus waarin niet het werk maar de kunstenaar zelf centraal staat verspreidt zich ook in het Oosten en de sereniteit van het schilderen als een vorm van meditatie ontbreekt veelal. Kunst is geld, kunst kopen is beleggen. Dat corrumpeert ook de kunstenaar. Tweehonderdzestig miljoen dollar voor een schilderij van Paul Gaugin tart alle verbeelding. Geen enkel werk, zelfs geen Rembrandt is een miljoen dollar waard als je weet hoe lang iemand voor dit bedrag moet werken die gewoon acht uur per dag actief is als arbeider in een fabriek of als ambtenaar in een kantoor. Hoe onvervangbaar ook voor de mensheid, en daar wordt heel verschillend over gedacht, de jihadist zal er geen traan om laten als het kunstwerk wordt vernietigd, dergelijke bedragen zijn toppunt van absurditeit. Het heeft ook niets meer met kunst te maken maar met macht en machtsdrang die zich uit door onbetaalbare bedragen neer te leggen voor een enkel werk. Los van het feit waar het geld vandaan komt, dat kan nooit met werken zijn verdiend, eerder met een vorm van gelegitimeerde diefstal, door vooral niet te delen van je bezit, moet je concluderen dat wij toch in een heel vreemde wereld leven van tegenstellingen tussen rijk en arm. Hier gaat het niet meer om kunst maar om status. Ijdelheid der ijdelheden.

ziel
De ervaren wijdte van de ziel staat hier mijlenver, ik moet zeggen met kosmische melkwegstelsel-afstanden vandaan. De emotie van kunstenaar die zijn indruk van het landschap en zijn staan in het landschap met enkele streken neerzet, getuigend van die wijdte, heeft absoluut maar dan ook absoluut niets van doen met deze wereld van de kunsthandel. Daarom is mijn oriëntatie niet gericht op geld, op roem, op bekendheid, op mezelf. Ik schilder zoveel mogelijk waar mijn geest van vol is: het lege landschap, het landschap met wolken, de horizon, de bergen, de woestijn, de zee. Zij allen zijn groter, zij allen omgeven mij, zij allen moedigen mij aan me open te stellen voor hun dynamiek en overweldigende kracht en schoonheid. Mijn ziel ligt in het doen zelf, het hanteren van de kwast en het laten gebeuren van de kleuren die op elkaar inwerken en elkaar bemoedigen en aanvuren. Het kleurpalet heeft daarbij een eigen dynamiek en krijgt vaak achteraf een betekenis. De afgebeelde, de verbeelde berg bijvoorbeeld is een bode, een reiken naar de hemel om zoals de Taoïsten zeggen het bevel van de hemel te volgen en gestalte te geven op aarde. In de berg reikt de aarde naar de hemel, in de regen en de sneeuw geeft de hemel antwoord. Het witte landschap legt hiervan getuigenis af. Een hemels kleed bedekt de grauwe bruine aarde. Daarom houd ik zo van de sneeuw, ze is de verkondiger van de hemel, de brug tussen hemel en aarde, de tovenaar die ons verder doet kijken dan het hier en nu en het plaatsgebondene. Sneeuw blijft een wonder, een soort van transformatiekracht die het landschap een nieuw aangezicht geeft. Die verwondering laat mij niet los en wil ik uitdrukken in mijn werk als schilder. Ik noem het ook een vorm van sacraliteit die zichtbaar wordt in de werkelijkheid zonder dat ik hierbij religieuze pretenties heb. Religies zijn clusters van betekenisvelden, zij gaan al weer een stap verder. Met mijn schilderen ben ik niet zover en wil ik niet zover gaan. Ik blijf en verblijf in het landschap. Dat wandelen is voor mij voldoende, dit aanschouwen geeft mij meer wijdte dan een tekst of een beeld mij kan geven. En als een tekst al mijn horizon verbreedt dan is het meestal omdat ik in de tekst het landschap zie opdagen dat eronder zit. Dan is het omdat de levende adem waarmee de tekst geschreven is doorklinkt in de beelden die ze oproept. Ik zie dat dan meteen visueel. Als mijn werk als landschapschilder in al zijn abstractie dit kan wakker maken, dit kan oproepen ben ik meer dan gehoopt geslaagd in mijn opzet. Maar het is het niet het doel, dit oproepen, het is hoogstens een gevolg, zelfs geen effect want uiteindelijk heb ik niets in handen, net zo weinig als de leegte in het landschap waarmee de wijdte is gevuld.

John Hacking
2015

ziel

Waste Land

Waste Land – bar land

Het romantisch landschap dat een paar eeuwen geleden populair was en dat eigelijk nooit aan bewondering heeft ingeboet is soms woest. Bijvoorbeeld als de schilder erop uit trekt om de nog ‘echte wilde natuur’ vast te leggen, hoewel dat in Europa van die dagen nauwelijks nog voorkwam. Casper David Friedrich heeft een paar pogingen gedaan. Veel is daarom fantasie, in het landschap gelegd. Barend Koekoek die met een paar kompanen door het Rijnland trekt op zoek naar bijzondere plekken vertelt dat echte oude bomen zeldzaam zijn geworden, ze zijn gekapt. Oerbossen zijn er niet meer, maar het water stroomt nog steeds en de watervallen en de donkere plekken in het landschap – schaduw, rotspartijen, claire obscuur, en in de verte een vergezicht, een panorama, de resten van een ruïne, zetten de beschouwer aan tot deelname aan het landschap dat zich voor zijn ogen ontvouwt.

waste land
De landschappen die mij fascineren hebben iets van het onaffe, het onvoltooide, abstract bijna en nooit volledig en nooit als een foto. Op internet komen de mooiste (bewerkte) landschappen voorbij maar ze houden iets kunstmatigs. Als je dat probeert in verf uit te drukken word je alleen maar teleurgesteld als je inzet op abstractie. Anselm Kiefer schildert prachtige akkers, wegen in het landschap, vergezichten met een hoge horizon op het schilderij. Dat vind ik fascinerend. Armando begon tijdens het schilderen van zijn schuldige landschappen met veel zwarte bomen op rotspartijen, alsof er niet genoeg zwart was om de triestheid van de ervaringen in het landschap zichtbaar te maken (kamp Vught in Wereldoorlog Twee). Kaii Higashiyama is vooral mystiek geïnteresseerd in het landschap: het is sacraliteit waar hij op zoek naar is binnen de context van het zenboeddhisme. Sneeuw en mist, bergen en rivieren zijn de thema’s die telkens weer opduiken. Van hem heb ik de fascinatie hiervoor geërfd en de zelf gestelde opgave om die thema’s op mijn manier zichtbaar te maken in mijn werk.

Waste Land
Maar er is nog een heel andere bron voor mijn werk als landschapschilder, de literatuur, de poëzie. Sinds mijn middelbare schooltijd begeleidt mij het werk van de Engelse schrijver T.S. Eliot. Zijn verzameld werk heb ik sinds die tijd talloze keren geraadpleegd, zijn gedichten zoals The Waste Land (1922), The Hollow man (1925), Choruses of ‘the Rock’ (1934) en Four Quartets (1935-1942) zijn een soort van terugkerend refrein in al die jaren, een soort lied dat stil en onmerkbaar meedoet op de achtergrond. Landschappen opgeroepen door deze gedichten keren meestal onbewust terug in mijn geschilderd landschap. Ik werd me dit vanmorgen opnieuw bewust bij de vertaling van Paul Claes die The Waste Land vertaalt met het barre land. Dit gedicht van Eliot is in de geschiedenis een soort van eigen leven gaan leiden en talloze keren besproken. Maar de beeldspraak en vooral het idee van het woeste barre landschap roept bij mij allerlei eigen associaties op. In een film over Joseph Beuys met de prachtige titel ‘Zeige deine Wunde’ komen beelden voorbij van een moeraslandschap als verteld wordt over het neerstorten van Beuys in de oorlog. Die beelden van het moeras, bar landschap, zijn voor mij uitgangspunt geweest van tal van abstracte landschappen. Het is een zoektocht naar de schoonheid van het abstracte, de mystiek onder de veelheid van indrukken die dat landschap oproept. De geur die er misschien hangt, de mistroostigheid ervan, de donkerheid, het onbestemde zoals het gevoel van melancholie.
Zo ontdek ik de laatste jaren meer en meer verbanden, mijn relatie met en hang naar de romantiek, de onderstroom van melancholie, de hang naar leegte, stilte, en de oneindigheid van de verte. Daar komt de ziel aan het licht, zo luidt een uitspraak. Wat is er nou mooier dan dat, om hiermee zo vaak als mogelijk bezig te zijn?

John Hacking
23 januari 2016

literatuur
Eliot, T.S., Het Barre land.The Waste land, vertaling, commentaar en nawoord Paul Claes, Amsterdam 2013 (De Bezige Bij)
DVD: Zeige deine Wunde – Kunst und Spiritualität bei Joseph Beuys – Regie: Rüdiger Sünner – ISBN: 978-3-89848-491-6 een fragment: https://www.youtube.com/watch?v=84Zd0GqiR-U

waste land