Essays

Afgelopen jaren heb ik tijdens mijn sabbatperiode essays geschreven over het thema God in relatie met onze verstaans-horizon.

In 2006 was het thema: God in het landschap – een zoektocht naar
een horizon. Een semiotische analyse van het landschapsschilderij als religieuze heterotopie. Schilders als Armando, Anselm Kiefer, Casper David Friedrich en Kaii Higashiyama waren daarbij onderwerp van onderzoek naar aanleiding van eigen getuigenissen. De tekst downloaden kan hier: 2017 bew God in het landschap

In 2011 was het thema: Wereldbeeld en zelfbeeld. Het lichaam als auto-topie. Een zoektocht naar God in het lichaam. Een onderzoek in stappen naar de betekenis van het feit dat wij de werkelijkheid lichamelijk waarnemen en duiden. Dit was vooral een filosofische  verkenning. De tekst downloaden kan hier: 2017 bew Wereldbeeld als lichaam

In 2017 was het thema: God in de kosmos. Een poging tot een topologie als semiotische analyse van God. Vooral poëzie en de mystiek van Simone Weil komen aan de orde naast het denken over ruimte en tijd in relatie tot God en het sacrale. De tekst downloaden kan hier: 2017 God in de kosmos

 

essay

Tu súbita presencia.
Toda tu luz irrumpe duradera, dura
como la piedra.
Vienes
tan inmóvil, tan adentro de ti.
Lo hondo.
En tu sola existencia,
tu sola luz, estás
ardiendo para siempre.

(Presencia )

*
Je plotselinge aanwezigheid.

Al je licht stroomt binnen, duurzaam, hard
als steen.
Je komt
zo onbeweeglijk, zo in jezelf gekeerd.
Het diepe.
In je enige bestaan,
je enige licht,
brand je voor altijd.

( Aanwezigheid)

(Vertaling Bart Vonck)

*
Los sentidos saltan sobre los pensamientos.
ECKHART

Estás
en tu luz no visible. no engendrado,
único, el único.
Se posa tu mirada
en la ausencia de ti o en la no descifrable
irrupción de tu forma en tu vacio.

Y allí dejas la huella de tu paso.

Sali tras ti.
Devuélveme a tus ojos
que llevo en mis entrañas dibujados.

(La nada)

*
‘De gevoelens springen over de gedachten.’
ECKHART

Je bent daar
in je licht niet zichtbaar, niet verwekt,
enig, de enige.
Je blik legt zich
op de afwezigheid van jou of in het niet ontcijferbar,
onverhoedse binnenstromen van je vorm in je leegte

En daar laat je je stapspoor achter.

Ik liep achter je aan.
Geef me terug aan je ogen
die ik draag in mijn ingewanden gegrift.

(Het niets)

(Vertaling Bart Vonck)

*
Esta acidez me es grata al corazón
si no estuviera a punto de expirar.

Abre aún la ventana en la que el aire
agolpa párajos dede el bosque amarillo
donde aún empieza a clarear la luz.

Llama a mi puerta.
Dime
quién eres tú que ahora llegas
cuando todo parece termillar.

Cabellera del tiempo arrastra noches
como ríos sin término
hacia el adiós.

Amiga, vuelve
a la vida, tu que puedes aún.

En la otra orilla tu figura blanca,
erguida, guarda el solo testimonio
cierto de mi.

(Figura)

*
Die zuurte streelt mijn hart
hoewel ik bijna sterf.

Open nog het raam waartegen de lucht
vogels werpt uit het gele bos
waar het licht nog klaart.

Klop op mijn deur.
Zeg me
wie je bent jij die nu komt
wanneer alles lijkt te eindigen.

De haardos van de tijd rukt nachten weg
als rivieren eindeloos
op weg naar vaarwel.

Vriendin, kom tot
het leven terug, jij kunt het nog.

Rechtop, op de andere oever, bewaart
je witte gedaante het enige zekere
getuigenis van mij.

(Gedaante)

(Vertaling Bart Vonck)

uit:

Valente, J.A., De compositie van de stilte. Gedichten, (vertaling Bart Vonck)Brussel 2003 (Wagner en van Santen)